Google+ Followers

zondag 28 oktober 2018

WAT DE WINTER KOST


Nu het weer gewoon grijs en miezerig is buiten, en we straks weer de klok een uur terugdraaien (op zondag 28 oktober om precies te zijn) om onszelf te laten geloven dat het langer licht is, komt zo langzamerhand ook de winterkost weer om de hoek kijken. Het ruikt ineens rond etenstijd overal naar sudderlappen en hachee en hutspot. Die geur die je associeert met dat je je eigen adem kan zien, en dat er ineens weer rayonhoofden de koppen bij mekaar steken.

Nu ben ik zelf niet echt een fan van Hollandse kost, maar ’s winters maak ik daar wel ’s een uitzondering voor (ik consumeer in de winter denk ik vijf keer zoveel aardappels als in de hele rest van het jaar). Een van de grootste uitdagingen daarbij is voor mij het vermijden van de winterwortel. Ik vind gekookte wortelen niet echt een culinaire traktatie en al helemaal niet als ze een doorsnee van 6 centimeter hebben. (Veel mannen krijgen daar ook een gevoel van minderwaardigheid van). Maar dan weer wél: rauwe andijviestamppot en draadjesvlees.-

Er zit aan die winterkost ook wel een nadeel: van oorsprong was dit soort eten bedoeld voor van die mensen die om 4 uur ’s ochtends opstaan, koeien aansluiten op een hele grote stofzuiger, varkens pesten, en kippen ploffen, en dán pas een eerste bak koffie krijgen. En daarna begint de échte werkdag.

Kortom, dit is eten voor mensen die de hele dag fysiek bezig zijn. In dat kader telt 8 uur klikken met een muis niet mee. Dat betekent dat de gemiddelde portie hutspot dus ongeveer 400% te groot is, maar als je dan begint te schoffelen is zo’n bord leeg voordat je het weet. We zwijgen nog maar over dat kuiltje jus waar een bescheiden zeiljacht in past.

Kortom: dat wordt straks weer de aanleiding voor die goede voornemens over de sportschool (en ik heb onlangs gehoord dat alleen lid worden niet helpt, je schijnt ook echt te moeten trainen) om al die boerenkoolkilo’s er weer af te krijgen. Aan de andere kant: als je buiten een dikke das om moet is zo’n knäckebreudje met kaas, of dat bord met rauwkost (kom ‘s hier, konijn!) ook niet echt de oplossing. 

Als het koud is gaan wij door jarenlange genetische voorbereiding meteen denken aan eten dat met een “splap!” op je bord landt. En het heeft ook wel iets geruststellends, want het brengt waarschijnlijk herinneringen terug van vroeger toen je van de slager nog een plakje worst kreeg, de wereld nog zwart-wit was, en je iPhone nog gewoon op kolen liep. Dus wens ik u voor de volgende week alvast veel splap.

zaterdag 25 november 2017

DARWIN IS ME D'R EENTJE!

Bijna iedereen heeft wel va Charles Darwin gehoord - de Engelse theoloog die een theorie ontwikkelde die uitging van "survival of the fittest", hetgeen Duits is voor "Het overleven van de best aangepaste/geintegreerde diersoorten". Dit hele verhaal was gebouwd op geen enkele voorkennis, want hij had het zelf bedacht. Hij had trouwens óók bedacht om zijn boot naar een hond te vernoemen (Niet zijn eigen hond, maar gewoon: de Beagle. En toen wás Snoopy er nog helemaal niet). Veel mensen denken nog steeds dat hij een soort van expert was op het gebied van evolutie, maar tegenwoordig klopt van zijn theorie in elk geval geen bal meer.

Een voorbeeld: Volgens Darwin zou een whatsappende hangtiener op een veels te goedkope omafiets niet lang genoeg moeten overleven om zichzelf voort te planten. De dagelijkse praktijk bewijst dat deze irritatie opwekkende bevolkingsgroep eerder groter dan kleiner wordt. Ook het steeds algemene gebrek aan kennis van verkeersregels zou moeten leiden tot het uitdunnen van die mensen die niet weten wie er voorrang heeft "en dat zal ik wel zijn want ik heb geen tijd om om me heen te kijken in verband met dat ik te druk ben met whatsappen". Maar nee: de mensen die wél uitkijken zijn de dupe, en lijden aan paniekaanvallen, hartpalpitaties, en hoge bloeddruk.

En voordat u nu zegt van "die Engelberts heeft iets tegen whatsappen". Dat is niet zo. Een ander prachtig voorbeeld doet zich voor vlak bij mijn werk (op het schuttersveld in Enschede), waar hele kuddes mensen komen om te gaan meubelshoppen. Maar: daar krijg je dus honger van. Dus: MacD*n@lds. Aha!, denkt u: hier komt een belerend verhaal over cholestrol en vette hamburgers, en milkshakes die bestaan uit 5% aardbeiensmaakstof (scrabble score!), en 95% Alabastine. Maar daar wou ik eigenlijk niet naar toe. Wat mij namelijk blijft verbazen is dat die mensen - beladen met vouwstoeltjes, een vals paarse fluwelen poef, licht ontvlambare hoeslakens, 3 rollen rolgordijnen, en een bovenmaatse lampenkap, zich vervolgens naar McD slepen- via de drive-through en tegen het verkeer in -  waar zich ook (terecht) ongeduldige automobilisten bevinden die nu, dankzij al die meubelconsumenten, ineens hard op de rem moeten staan waardoor die Big Mac ineens olijk in je schoot belandt en de kipnuggets op de achterbank. Ook hier wordt de onoplettende deelnemer aan het verkeer dus weer beloond in plaats van bestraft.

Langs het spoor vinden we ook nooit een extra-crispy koperdief, of bij plofkraken een extra platte jeugdige hangcrimineel. Ook mensen die zonder te kijken op de tram- of busbaan fietsen komen zelden tussen de ruitenwissers terecht. Diagonaal volgens de allerlangste afstand oversteken zonder uitkijken is de norm. Heden ten dagen lijkt het meer op survival of the dumbest. Nee, die Darwin voelt zich nu posthuum waarschijnlijk heel beteuterd (óf hij roteert met 78 toeren per minuut in zijn graf). Kijk, dát is nog 's een plaatje.

woensdag 5 oktober 2016

PRAKTIJKOPLEIDING


Naar aanleiding van sommige reacties op mijn As? Best! Stukje van een paar weken geleden moest ik ineens denken aan al die andere gevaren waaraan wij blootgesteld zijn in die tijd. En natuurlijk over hoe laconiek wij daar mee omgingen. 

Wij hadden thuis echt niet van die plastic doppies op onze (bakelieten) stopcontacten. Sterker nog, onze ouders vertelden ons gewoon: “daar moet je dus geen schroevendraaier in steken want dan krijg je een schok”. Uiteraard plantte dat meteen een idee in je hoofd voor als pa en ma even de deur uit moesten. Want..een schok. Wat is een schok? Snel. Op ontdekkingsreis. En dan natuurlijk ineens met zo’n alternatief kapsel zitten, en je realiseren waaróm je gewaarschuwd was. Tegenwoordig is de trend anders: het is zaak om kinderen zoveel mogelijk te beschermen tegen al die gemene dingen in de wereld, zodat je straks een hele generatie hebt die allemaal denken dat je van alles kunt doen zonder consequenties. 

Iets anders waar ik ook aan moest denken was de meest algemene frisdrank uit de 60’er jaren: Exota. Exota (nu nog steeds verkrijgbaar in Surinaamse winkels onder de merknaam Fernandes), was een merk frisdrank dat geleverd werd in witte glazen beugelflessen van een liter en in de smaken wit, rood, oranje, bruin (cola), en groen (vies, want “Reine Claude”). Het koolzuurgehalte was erg hoog waardoor deze flessen met regelmaat explodeerden – en vooral als je ze in de zon liet staan. Tegenwoordig zou dit product binnen drie dagen van de markt worden gehaald met allerlei online- en kranten advertenties, maar destijds was het leveren van potentieel exploderende glazen flessen aan gezinnen met kleine kinderen blijkbaar geen echt probleem. Natuurlijk had iedereen ook veel meer kinderen - waarschijnlijk omdat je er zo af en toe wel een zou moeten opofferen aan de fabrikant van Exota. 

Op dezelfde wijze begrepen wij ook dat fabrikanten van voedsel in blik er scherpe randjes aan maakten zodat ook meneer Leukoplast volgend jaar nog omzet kan draaien. Rennen op straat werd aangemoedigd, waarschijnlijk om dezelfde reden, en ook omdat je dan zo af en toe zo’n gemene jodiumvlek (Dep! Au! Dep! Au!) op je knie had. 

Zandbakken stonden overal, dat wisten de buurtkatten ook. Zo was het elke dag weer schatgraven. En: een goeie schommel had altijd roest, en kettingen waar je haar tussen kon komen als je toevallig een meisje was. Die schommel stond ook altijd gewoon op stoeptegels in verband met het veroorzaken van indrukwekkende hoofdwonden waarvoor de dokter dan krammen aanbracht (hechtingen? Dat was voor watjes). Je telde bij mij op de lagere school eigenlijk pas écht mee als je al eens een “gat in je hoofd” had gehad MET krammen en bijbehorend groot rafelig wit verband.

Omdat wij in vergelijking met he¬dendaagse kinderen een praktijk- in plaats van een theorie-opleiding genoten, zijn wij veel minder snel geschokt door al die dingen die ver¬keerd kunnen zijn, of slecht voor je, of (soms) pijnlijk. Maar: volgens mij hadden we wél veel meer lol.

zaterdag 30 januari 2016

IJS EN WEDERDIENENDE


Nu het duidelijk is dat in 2016 de Elfstedentocht op rolschaatsen zal moeten worden uitgereden, kunnen we de Friese doorlopers eens een jaar niet laten slijpen. Dat konden we natuurlijk al jaren, maar hoop doet leven, en al helemaal als je hart sneller gaat kloppen bij zo’n oud schilderij van ijsch-pret in 1754. – U weet wel, met 5 generaties die achter elkaar in een rij tussen de vastgevroren platbodems door zwieren op van die krulschaatsen. Kijk, in die tijd kon je nog gewoon doodvriezen in de winter. Anno nu begint de winter bijna een topmaand te zijn voor de verkoop van bikini’s. De enige ijspret bestaat uit het bedenken van welke smaak je dan wil, en of het in een bekertje dan wel een hoorntje mag, en wilt u dan schep-, room-, water-, of schaafijs?

Uiteraard kunnen wij hier wijzen op het steeds erger wordende broeikaseffect, waardoor aan de ene kant ijsberen steeds minder kunnen ijsberen in verband met krimpende ijsvlaktes, en ook zeehondenkalveren steeds meer te lijden hebben van het afkalvende noordpoolijs. Daar staat natuurlijk wel tegenover dat zij minder vaak zullen worden verorberd door voornoemde ijsberen, die niet meer in de buurt kunnen komen. Pinguïns hebben daar geen last van. Die zitten op de Zuidpool, waar het helaas ook steeds minder koud wordt zodat zijn dezelfde problemen hebben maar op een heel andere plek, die wel steeds kleiner wordt.

Dat het broeikaseffect ook effect heeft op andere dan Noord- en Zuidpolen is ook een realiteit. Dankzij dat broeikaseffect wordt het dus steeds warmer waardoor vooral dus de noodzaak van broeikassen steeds minder groot wordt, want tegen dat het 2020 is kun je volgens mij zonder enige extra glazen behuizing in je eigen achtertuin aardbeien zo groot als bloemkolen verbouwen. Gezien het feit dat met name in de groente- en fruitteelt in het Westland veel broeikassen staan waar werkgelegenheid wordt gecreëerd voor Polen, zit ook daar de klad in. Het broeikaseffect werkt op die manier precies datgene tegen waar het naar vernoemd is, zodat wij straks wél het effect, maar niet meer de broeikassen hebben.

Tegen die tijd is er natuurlijk alleen nog maar land op de Noordpool, en helemaal niks op de Zuidpool, en is het waterpeil van  de oceanen dusdanid gestegen dat Nederland er ook niet meer is. We kunnen maar beter nú beginnen met het ophogen van alles dat onder het waterpeil ligt, voordat de natuur zijn loop heeft en Almere en Lelystad een soort van verloren Atlantis worden. "Almere"? "Ja, dat was vroeger een hele aparte beschaving, schijnt, net zoals Lelystad en het mythische Dronten". Dus: ophogen die hap, en zolang het nog kan allemaal elke dag wat ijsblokjes in open water dumpen. Wie weet krijgen de rayonhoofden dan toch nog hun zin (en de ijsberen en pinguins ook).

vrijdag 15 januari 2016

NIEUWS IN JANUARI




Het is alweer heel lang geleden dat mijn laatste blog verscheen. Is er dan niks gebeurd in 2015? Tja, dát dan weer wél. Te veel, eigenlijk. Maar: het werd dus hoog tijd voor een comeback, net zoals bij Heintje Davids, maar zonder gezang over Zandvoort aan de Zee.
  
In deze eerste blog van januari 2016 melden wij uiteraard graag al het nieuws dat van belang is. Helaas is het zo dat januari voor nieuws de magerste maand van het jaar is. Traditioneel bestaat januari uit de volgende onderdelen, namelijk: van 1-2 januari houdt u zich voornamelijk bezig met het overleven van de op oudejaarsavond geconsumeerde alcoholica. Dit is meestal gekoppeld aan het bedenken van goede voornemens zoals “nooit meer wijn en jenever op dezelfde avond” of “altijd zorgen dat er aspirine in huis is”. Ik mag hopen dat er dan niet bij staat “moet nu leren schrijven met andere hand” gecombineerd met “illegaal vuurwerk kopen we nooit meer”.

Van 3-15 januari wordt meestal besteed aan het voorzichtig uitvoeren van de goede voornemens die u vóór oud-en-nieuw al had gemaakt, en die vaak iets te maken hebben met een weegschaal, een sportschool, het eindelijk eens opruimen van de zolder, of anders het toch maar eens plakken van die fietsband. Vaak is het zo dat het enige dat u echt moet doen is gewoon wachten tot de 15e, op welk punt u zich realiseert dat uw goede voornemens voor 2016 exact hetzelfde zijn als degene die u had gemaakt voor 2013, 2014, en 2015. Ook voor 2017 zullen deze de revue weer passeren. Zo gauw u zich dat realiseert kunt u weer veilig gewoon op de bank met een Dvd’tje en een familiezak paprikachips.

Helaas is het dan zo dat vanaf 16 januari de rekeningen van uitgaven voor de feestdagen zich zachtjes op uw deurmat vleien, en u zich voorneemt om het dit jaar nou toch echt eens kalm aan gaat doen met al die cadeaus, die 5 dozen Chateau Migraine, die reerug met bessensaus, en dat nieuwe pak dat op tweede kerstdag al een mosterdvlek had die er van z’n lang-zal-ze-leven nooit meer uit gaat. De tweede helft van januari is, kortom, gevuld met overpeinzingen over financiën, hoe u op een gepaste manier om opslag kunt vragen, en misschien ook wel de gedachte dat er in februari erg vaak macaroni met tomatensaus op het menu staat (en brood met pindakaas).

Om even terug naar af te gaan over dat nieuws in januari: bovenstaande wist u allang en had u kunnen zien aankomen. Dus dat is geen nieuws. Er zit maar één ding op: U zult zelf nieuws moeten maken. Stap eens op de fiets zonderverlichting ’s avonds. Win ’s een Staatsloterij. Ga naar Thailand om als vrouw terug te keren. Wees creatief. Dan is er voor februari in elk geval nieuws.

zaterdag 28 maart 2015

TEGEN DE STROOM IN

Een forse stroomstoring vanochtend zorgde (en zorgt hier en daar nog steeds) voor een ongekend stuwmeer van verontruste klanten van nutsbedrijven en telecomproviders. Treinen en trams reden niet, en ook elektriciteit en alles wat daaruit voortvloeit, liet verstek gaan. Natuurlijk is dat zuur, maar het geeft wel aan hoe afhankelijk we met z’n allen zijn van iets waar we bijna nooit meer echt over nadenken. Want bijna niemand is nog voorbereid op zo’n calamiteit.

Want: het licht doet het niet, en de TV ook niet, en ook het internet is meer een interniet. Gaat het nieuws dan wel door? Dat kun je niet controleren. En: wanneer gaat het wel weer werken? Daar ga je dan het desbetreffende bedrijf voor bellen, want behalve jijzelf was er natuurlijk niemand anders op dat idee gekomen. Er kan dus een bescheiden wachtrij zijn. Dat geeft helemaal niks, behalve dat in de tussentijd de batterij van je mobieltje wel steeds leger wordt. En dan kun je hem wel aan de oplader hangen, maar dat helpt niet, want uit je stopcontact komt helemaal niets.

Bovendien: dan krijg je eindelijk na 45 minuten (a 0,10 per minuut!) iemand aan de telefoon, maar die kan je hoogstens vertellen dat ja, er is een storing, en nee, we weten niet wanneer het opgelost is. Hier is een tip: blijf gewoon naar die lamp op het dressoir kijken. Als die al aan stond, maar dat weet u nu niet meer, en omdat het zo’n IKEA lampje van 3,98 is staat er niks op de schakelaar. Dat schiet niet op.

Dán maar een kop koffie. Ja, als u nog ergens een fluitketel, gemalen koffie, én van die Melitta nummer 2 filterzakjes heeft. Maar die heeft u niet, want u heeft natuurlijk al sinds jaar en dag zo’n Senseo ding op het aanrecht staan waar je nu geen bal aan hebt. Dus dat wordt klooien met een steelpannetje kokend water (waarbij blijkt dat u ook geen brandzalf meer in huis hebt), en opengeknipte Senseo padjes. Ja, tenzij u natuurlijk geen Senseo, maar wél een Nespresso apparaat heeft. En die Nespresso cupjes zijn niet bedoeld om ze zonder water leeg te hoesten, want na een stuk of twee ben je net zoals een losgeslagen hangjongere na 5 blikjes Red Bull.

Dus dat wordt al snel uw vertier buitenshuis zoeken, want ook op kantoor is er geen internet en koffie en verlichting, terwijl al uw collega’s dankzij de Nespresso nu buitengewoon kort aangebonden zijn en je voordat je het weet een lel te pakken hebt. Dán maar een sigaretje. Maar: U bent uit gezondheidsredenen een jaar geleden geswitchet naar zo’n electro-peuk, en die kunt u nu niet opladen ook. En om het leed te verzwaren vindt u dan in de binnenzak van een colbertje nog wel een compleet uitgedroogd pakje sigaretten waar er nog 3 in zitten. Als je zie aansteekt ben je in één trek klaar, en ook op kantoor is geen brandzalf.

U voelt de bui al hangen: het enige dat er op zit is analoog vermaak waarbij u zelf alle benodigde activiteiten moet uitvoeren. Lopend, zonder TomTom, zonder stimulerende middelen, en zonder telefoon. Hoe dat werkt? Gelukkig kun je dat Googelen. Oh, wacht.