vrijdag 21 februari 2014

APRÈS SCHAATSEN


Na het bekijken van veel Olympisch gewintersport deze week (verplicht, want op het werk wordt dit door velen fanatiek gevolgd) viel het mij op dat er in de topsport veel gezeurd wordt. Topatleten die zich, na een kleine teleurstelling, beklagen over het tegenvallende ijs, of de niet goed zittende kleding, of dat de ene ski 2 mm langer bleek dan de andere – en dat het dáár dus door kwam, dat het goud aan hun neus voorbij ging.

Nu snap ik dat het leuker is om trots met je medaille op dat podium te staan terwijl je de cameraploeg vertelt: “Ja, dat komt er van als je jezelf helemaal gééft, he? Zo zie je maar weer dat (vul naam van favoriete schaatser/skiiier/Bob sleeër) dit gewoon perfect heeft gedaan!” Op dat moment hoor je niks over het ijs. “Dat ijs houdt een mega-talent zoals mijzelf niet tegen, meneer. Een onbelangrijk detail, meneer. Daar draaien wij onze hand niet voor om, meneer”

Ikzelf heb inmiddels de ervaring dat het veel beter is om aan een sport te doen waarbij gedronken kan worden –en ik bedoel dus niet uit een bidon. Want: wie heeft er ooit gehoord over twijfelachtig grind bij het jeu-de-boulen? Niemand. Een niet geheel waterpasse vloer bij het darten? Geen mens. Een minder dan perfect bekrijte pomerans? Welnee. Al dat soort kantlijnklachten worden weggespoeld, vaak tijdens het beoefenen van voornoemde sport. En dan te bedenken dat juist de locatie van de Olympische winterspelen daar zo goed voor zou zijn, want als er iets is waar ze in het Oostblok kaas (kaviaar?) van hebben gegeten is het wel vloeibaar recreëren.

Nee, doe mij maar gewoon zo’n pleintje in Zuid Frankrijk, waar je weliswaar altijd verliest omdat al die ouwe door de zon gelooide mannen met alpino’s elke kuil en richel van het plein kennen, maar waar je middag weer helemaal wordt goedgemaakt door die flessen vin ordinaire die achter de plataan staan. Volgens mij zouden veel andere sporten ook opknappen van die benadering – en al helemaal die sporten waar je toch al een hand vrij hebt. Ik denk hierbij aan tafeltennis, bijvoorbeeld. Is gelijk ook véél leuker om naar te kijken op tv.

Vroeger als je op de BBC naar het darten keek ging dat ook altijd gepaard met de pint in de vrije hand, waardoor er misschien wel ’s een pijl verkeerd ging, maar de deelnemers na 4 á 6 liter Guinness toch de score niet meer wisten, en er bovendien gelijkmatig door alle spelers werd ingenomen. Daardoor was het wel weer eerlijk, natuurlijk – vooropgesteld dat je dan wel tegenstanders had in dezelfde gewichtsklasse. Want kleine mager mannetjes trekken dat niet, natuurlijk – die gooien na een kleintje pils al feilloos 2 darts in de publieke tribune en 1 in de scheidsrechter.

Nee, ik houd mij bij takken van sport waarbij het woord “tapvergunning” specifiek in de spelregels staat. Dan heb je bovendien (daar is overduidelijk over nagedacht) altijd een goeie reden voor een re-match als het resultaat tegenvalt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten