vrijdag 11 juli 2014

TERUG NAAR AF: LUISTEREN

Alsof je middenin een boek van John Le Carré zit: niet één, maar wel twee dubbelspionnen die in Duitsland voor de Verenigde Staten aan het spioneren waren. Dat zijn er dan effectief dus vier, lijkt mij – twee dubbelspionnen. En alle twee binnen een maand betrapt. Kijk, vroeger werden die mensen pas gevonden nadat ze al jaren weer terug waren in het moederland, al dan niet met bontmuts en kaartjes voor de militaire parade in Moskou. Blijkbaar zit ook in de spionnenbranche de klad.

In een wereld waar zelfs de Chinezen al weten dat je gewoon op afstand kunt inbreken op overheidssystemen lijkt het bijzonder oubollig om nog uitzendspionnen in dienst te hebben. Aan de andere kant zijn Amerikanen natuurlijk wel bekend om het principe van dat als iets niet werkt, je het tóch blijft proberen onder het motto: “Wij maken wel uit of je democratie wilt of niet.” Misschien is het wel nostalgie, geboren uit aan de ene kant het gevoel dat je niet écht kunt zeggen dat je spioneert zonder van die mannen in regenjassen en gleufhoeden, en aan de andere kant dat het leven veel spannender was toen je nog sinistere Oostblok vijanden had.

Ondertussen zijn de Duitsers (waarvan je vroeger de spionnen kon herkennen aan de lange leren jas en de nadrukkelijke bratwurstlucht) not amused, en hebben zij de CIA vertegenwoordiger het land uitgezet. De CIA vertegenwoordiger – voor diegenen die dat nog niet wisten – is iemand die openlijk in de CIA zit en die je dus probleemloos het land kunt uitzetten omdat hij niets van spionneren weet. De mensen die blijven zitten maar op schalkse wijze te boek staan als conciërges of toiletjuffrouwen zijn natuurlijk de échte spionnen.

Maar: de romantiek is er wel af tegenwoordig, van de spionage. Je kan nooit meer eens in een duikerpak aan land komen om daaronder dan een smetteloos witte smoking aan te hebben (gestreken, vooral), of stiekum documenten fotograferen met zo’n veels te dure maar wel hele kleine Minox camera (want je kunt de filmpjes niet meer wegbrengen omdat alle fotowinkels uitgestorven zijn). Kijk, in dié tijd kreeg je wel gekwalificeerde sollicitanten voor een baan als spion. Wat is er nou spannender dan ’s avonds fotograferen en overdags mensen prikken met vergiftigde paraplu’s? Niks toch?

Tegenwoordig gaat alles elektronisch, waarmee je dus alleen maar verveelde ICT'ers aantrekt, en die maken hun handen allen maar vuil aan een toetsenbord of hoogstens een koptelefoon – en dan gewoon in een kantoor, niet in zo’n busje waar altijd op stond dat je eigenlijk van een loodgietersbedrijf was en op de een of andere manier al drie dagen op dezelfde plek (met parkeerverbod) stond om ergens een kraanleertje te vervangen. Dàt was tenminste onopvallend. Al dat gehack van tegenwoordig is gewoon te min voor een zichzelf respecterende spion.

Kunnen we niet gewoon weer terug naar de tijd waar spionnen spionnen waren, en alle films nog fijn zwart-wit? Nee? Welles, Orson!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten